kleuters

Kwaliteitskaart Ondersteuning-structuur

Kwaliteitskaart Ondersteuning-structuur 2017-2010

 

ONZE VISIE OP ONDERWIJS

Onze school is gericht op het geven van goed onderwijs.

 

Wij vinden het belangrijk:

Dat kinderen leren dat ieder mens een eigen verantwoordelijkheid heeft naar zijn/haar omgeving; dat kinderen leren om anderen in hun waarde te laten en te accepteren zoals ze zijn; dat je fouten mag maken en kansen krijgt om die te herstellen; dat kinderen vanuit de Bijbelverhalen eigen waarden ontwikkelen.

Op onze school willen we kinderen een uitdagende, maar ook veilige plezierige leeromgeving bieden. Daarbij vinden we het belangrijk dat kinderen de nodige basiskennis aanleren en kansen krijgen hun creativiteit te ontwikkelen. Voor ons is ieder kind uniek en daarom streven wij naar een schoolomgeving, waarbinnen ieder kind persoonlijke aandacht en onderwijs op maat ontvangt. Wij nodigen u als ouders van harte uit om hierin met ons mee te werken en te leven.

 

Ons onderwijs biedt de kinderen kansen om hun talenten op cognitief, sociaal, emotioneel en motorisch gebied optimaal te ontwikkelen.

 

Ten aanzien van zelfontplooiing, een kritische blik naar zichzelf en

verantwoordelijkheidsgevoel, streven wij naar een naar binnen gerichte blik.

Wij werken aan “zelfregulering” (Stevens, 2004). Wij hechten belang aan de vraag:
 “heb ik goed gewerkt/gekozen/gehandeld” (actief burgerschap). Hierbij is B.O.J.E.G. (Baas Over Je Eigen Gedrag) een leidraad, waarbij ook “beheersing” een rol kan spelen.
Covey (2010) spreekt over proactief zijn. Hoe pak ik het aan?

Ten aanzien van het verantwoordelijkheidsgevoel is het belangrijk te vermelden, dat wij hoge verwachtingen hebben van kinderen:

Zij mogen wat van ons verwachten, maar wij ook van hen.

Zie bijlage 1 Mindmap Onderwijsvisie.

 

 

Ons schoolteam hecht waarde aan een goed contact met de ouders.

In de school zijn de leraren de professionals op het gebied van onderwijs.
Ouders zijn de professionals op het gebied van hun kind, zij hebben dagelijks met hun kind te maken, zij kennen hun kind het beste. 

Samenwerken aan deze gedeelde taak is de insteek:

Ouders mogen wat van het team, de leraren verwachten, maar leraren ook van de ouders.

 

De leraren beschikken over voldoende didactische en organisatorische middelen en vaardigheden:

  •         Leraren zorgen er voor actieve directe instructie (ADI) en verwerking, aangepast aan de verschillende onderwijsbehoeften en niveau van de leerlingen, zij passen convergente differentiatie toe.
  •         Leraren kunnen coöperatieve werkvormen toepassen (Förrer e.a., 2004) .
  •         Leraren hebben oog voor meervoudige manieren van leren (Gardner,1983, leerstijlen Kolb/ Korthagen, 1993).
  •         Leraren managen hun klas goed (organisatie, effectieve leertijd, tempo in lessen, lesonderdelen soepel verlopen, vlot starten van nieuwe activiteiten, zorgen voor voldoende concentratie bij leerlingen, passen de afspraken van Zelfstandig Werken (ZW) toe, differentiëren, maken gebruik van de instructietafel voor verlengde instructie en begeleide inoefening).
  •         Leraren denken en handelen planmatig (PDSA: Plan-Do-Study-Act).
  •         Er zijn goede methoden.

Zie uitwerking in  “de Ondersteuning Structuur” in hoofdstuk 4 van het
Beleidsplan Ondersteuning Structuur op het Mozaïek.

 

 

Het kind wordt uitgedaagd en gewaardeerd op ontwikkelingsniveau, met oog voor eigen onderwijsbehoeften. Daarvoor zijn observaties en nauwkeurige registraties nodig. We werken met “Groep-in-beeld” om een goede perceptie van de groep te hebben. En vervolgens met groepsplannen om goed onderwijs te realiseren.

 

 

We werken met 3 niveau-instructiegroepen.

Daarnaast is er ruimte voor enkele kinderen met een eigen handelingsplan of eigen leerlijn (ontwikkelingsperspectief/ OP).

De instructiegroepen:

  1.     Leerlingen die aan de basisinstructie voldoende hebben, de “maan” kinderen.
    De instructiegevoelige kinderen.
  2.     Leerlingen die verlengde instructie nodig hebben, de “ster” kinderen.
    De instructieafhankelijke kinderen.
  3.     Leerlingen die weinig instructie nodig hebben, de “zon” kinderen.
    De instructieonafhankelijke kinderen.
  4.     Leerlingen die individuele instructie nodig hebben

 

Een belangrijk uitgangspunt bij Passend Onderwijs is handelingsgericht (HGW) en transactioneel werken. De leraar maakt voor de periode van een half jaar, een plan om het onderwijs vorm en inhoud te geven. De PDSA (Plan- Do- Study- Analyse) cyclus met HGW wordt twee keer per jaar doorlopen.

Toelichting op het schema:
Study- Waarnemen
1. Verzamelen van gegevens, evalueren vorig plan (GP): Hoe gaat het met de rekenontwikkeling (resp. lees-, spelling- en motoriek) van de leerlingen in mijn groep?
2. Signaleren van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften: Welke leerlingen vallen op bijvoorbeeld door een lage of opvallend hoge toetsscore? Is er incidenteel sprake van terugval/sterke vooruitgang of speelt dit al langere tijd? (data-analyse op groepsniveau).

De LOVS-toetsen, maar ook de methodegebonden toetsen worden meegenomen.

Analyseren -  Begrijpen
3. Onderwijsbehoeften benoemen
: Wat vragen deze leerlingen van mij?
    Wat heeft deze leerling nodig? Zie bijlage 2 a en b van het beleidsplan  
    Ondersteuningsstructuur.

Het waarnemen en begrijpen wordt weergegeven in het groepsoverzicht: “Groep-in-Beeld”. Zie bijlage 3 en 4.
Plannen
4. Het clusteren van leerlingen: Welke leerlingen kan ik hiervoor bij elkaar brengen als (tijdelijk)groepje omdat ze (ongeveer) hetzelfde van mij vragen?

5.Opstellen/inpassen van/in een groepsplan: Wat bied ik deze groep leerlingen aan? Format Groepsplan (GP)

DO
6.
Uitvoeren van het groepsplan: Op welke momenten doe ik dit?
    Hoe vertaal ik dit naar het rooster? Format weekrooster?

Het clusteren van leerlingen
Het clusteren van leerlingen is een belangrijk aandachtspunt in de cyclus van HGW. Tijdens de groepsbespreking bespreken de intern begeleider en de leerkracht(en) welke leerlingen het beste geclusterd kunnen worden en welke maatregelen voor het klassenmanagement daarvoor nodig zijn.

De clustering die de leerkracht maakt, is wel flexibel: niet voor altijd en voor elke activiteit, het groepsplan is een werkdocument, waarin tijdelijk of tussentijds veranderingen kunnen optreden. Bij tijdelijke verandering is dit terug te zien in de weekplanningen (via losse notities- post-its)

Wanneer er blijvende veranderingen optreden, wordt dit beschreven in de evaluatie , in de laatste kolom van het groepsplan, voorzien van datum en korte argumentatie/registratie.

 

De Praktijk:

Wanneer de leerlingen met vergelijkbare onderwijsbehoeften zijn geclusterd, maakt de leerkracht een passend plan, het groepsplan. Het groepsplan is in essentie het resultaat van de 4 eerder doorlopen stappen.

Twee keer per jaar maakt of werkt de leraar het document Groep-in-Beeld (januari en mei/juni) uitgebreid bij.
Tussentijds doet de leraar dit ook bij actuele aanpassingen of veranderingen.

4.2.1 “Groep in beeld” is een belangrijk document, het vormt het uitgangspunt voor besprekingen, plannen, interventies.

Groep-in-beeld van mei vormt het overdrachtsdocument voor de volgende groep en is samen met de “warme” overdracht (in aanwezigheid van de IB) een goed middel voor informatieoverdracht over de groep tussen de verschillende leraren.

Leraren zorgen ervoor dat “Groep-in-beeld” wordt opgeslagen op
de L-schijf bij “Groep-in-Beeld”.

4.2.2 Het groepsplan
Een groepsplan omvat een beschrijving van het onderwijsaanbod voor een bepaalde periode. In het groepsplan staan concrete en praktische aanwijzingen beschreven voor de manier waarop de leerkracht omgaat met de verschillende onderwijsbehoeften van de leerlingen in de groep.

Het groepsplan richt zich op het aanbod aan alle leerlingen in de groep. Een groepsplan is doelgericht, met hoge verwachtingen ten aanzien van alle leerlingen, om te komen tot betere resultaten.

Leraren zorgen ervoor dat het Groepsplan wordt opgeslagen op de L-schijf bij “Groepsplannen”.
De groepsbespreking
Elke cyclus wordt afgesloten met een evaluatie. De evaluatie vormt de start voor de nieuwe groepsplannen. Groepsbesprekingen zijn in de jaarplanning (zorgkalender) van school opgenomen. De groepsbesprekingen vormen een belangrijke schakel in de zorg aan leerlingen. Voorafgaand aan de groepsbespreking zorgt de leraar dat de evaluatie in het  groepsoverzicht (Groep-in-Beeld) verwerkt is, waarin alle actuele leerling-gegevens (toetsresultaten en observatiegegevens) zijn opgenomen en welke leerlingen opvallen.

De intern begeleider en de leraar bespreken de mogelijke begeleidingsvragen van de leerkracht(en) tijdens de groepsbespreking. Wat heeft deze leerling nodig en wat heeft de leraar nodig om dit te bewerkstelligen. De afspraken worden gemaakt en vastgelegd.

4.2.3.Individuele handelingsplan
Incidenteel zullen er altijd individuele handelingsplannen blijven bestaan, maar deze vormen een uitzondering.

Voor gedrag zal soms ook een individueel handelingsplan geschreven worden.
We werken soms ook met een leerlingenkaart, waarin een soort “gebruiksaanwijzing” verwoord staat, voor omgang met deze specifieke leerling. Het is een afsprakenkaart, waarin een soort contract gesloten wordt met de leerling. Deze is op de tafel van de leerling en in de groepsmap bij de dagplanning aanwezig.

 

 

6.2. Dossiervorming

Zie bijlage 8 Mindmap Bijhouden dossiers.

 

6.3. De Niveau’s in de ondersteuning-structuur

 

 

Niveaus

Omschrijving

Betrokkenen

Verantwoordelijke

Ondersteuning in de groep/school

BASISONDERSTEUNING

Niveau 1

Handelingsgericht / oplossingsgericht werken door leraar in de groep

School: leraar

Leraar

Niveau 2

Overleg met collega’s

School: leraar

Leraar

Niveau 3

Overleg met IB-er

School: leraar en IB-er

IB

Niveau 4

Schoolnabije ondersteuning

Ondersteuningsteam

Cjg consulent, ABer, consultatieve ll.beg., SMWer, IBer, leraar BaO

DIrecteur

Bovenschoolse en  EXTRA ONDERSTEUNING

Niveau 5

Bovenschoolse ondersteuning

Onderwijsloket

(PCL/CVI)

Directeur

Niveau 6

Speciale onderwijsvoorziening en arrangementen

SO

SBO

Horizontale doorverwijzing

Tussenvoorzieningen

Bevoegd gezag