kleuters

Kwaliteitskaart Rekenen

 KWALITEITSKAART REKEN-BELEIDSPLAN     ICHTHUS     2017-2020 

                   

In het reken-beleidsplan wordt beschreven hoe wij de komende jaren om gaan met ons rekenonderwijs, hoe wij een doorgaande lijn in de school creëren, dat alle leraren dezelfde rekentaal spreken.

 

In dit plan is te lezen:
Hoe wij alle kinderen mee willen nemen in het reken-beleidsplan:
Hoe wij met rekentaal omgaan en dezelfde rekentaal spreken
Hoe wij klasdoorbrekende- en schoolbrede afspraken maken
Hoe wij diagnosticerend lesgeven
Hoe wij werken met handelend bezig zijn
Hoe wij werken met informele en formele handelingen
Hoe wij werken naar en vanuit de context
Hoe wij werken met het drieslagmodel
Dat wij hoge eisen stellen en hoge verwachtingen hebben

 

Rekentaal en ervaring (doen en handelen) met rekenwiskundige begrippen is het fundament van de rekenkundige ontwikkeling. Van informeel naar formeel rekenen.

 

Leren rekenen en getalbegrip is nodig om grip te hebben op de wereld en om deze te begrijpen. Zo worden kinderen “baas” van hun wereld, beheerder van hun wereld.

 

Wij besteden veel energie en tijd aan het ontwikkelen van gecijferdheid en rekenwiskundige vaardigheid.

 

In de groepen 1 en 2 wordt het fundament gelegd van het handelend eigen maken van essentiële rekenwiskundige en ruimtelijke begrippen en getalbegrip.

 

 

De groepen 3, 4 en 5 hebben onze extra aandacht, omdat daar moeite en uitval gesignaleerd en gediagnosticeerd moet worden. De basis moet goed zijn.

 

Grote aandacht en onderwijs op maat blijft nodig in de groepen 6, 7 en 8.

 

“Elk kind leert tellen, optellen en aftrekken.
En elk kind ontwikkelt begrip van tijd, meten, inhoud en wegen.
Sommige mijlpalen zijn VOORWAARDELIJK voor een volgende fase.
Optellen is voorwaardelijk voor vermenigvuldigen.
De begrippen “delen en eerlijk delen” zijn voorwaardelijk voor het begrip breuken.
De route waarlangs kinderen die begrippen ontwikkelen, de diepgang en het tempo zijn per kind verschillend” (Dolk, 2005, Protocol ERWD 2011).

 

Lesgeven is o.a.
Verantwoordelijkheidgevend: Je mag wat van de leraar verwachten. Maar ook van het kind.

Laat ze meedenken en vooral VERWOORDEN.
Rekengesprekken geven veel informatie
Laat ze einddoelen bepalen voor zichzelf, datamuur gebruiken.

 

Rekenen is geen schoolvak, maar een persoonlijke vaardigheid.

 

De KERNDOELEN van het slo (stichting leerplan ontwikkeling):

23 De leerlingen leren wiskundetaal gebruiken.

24 De leerlingen leren praktische en formele rekenwiskundige problemen op te lossen en redeneringen helderweer te geven.

25 De leerlingen leren aanpakken bij het oplossen van rekenwiskundeproblemen
te onderbouwen en leren oplossingen te beoordelen.

26 De leerlingen leren structuur en samenhang van aantallen, gehele getallen, kommagetallen, breuken, procenten en verhoudingen op hoofdlijnen te doorzien en er in praktische situaties mee te rekenen.

27 De leerlingen leren de basisbewerkingen met gehele getallen in elk geval tot 100 snel uit het hoofd uitvoeren, waarbij optellen en aftrekken tot 20 en de tafels van buiten gekend zijn.

28 De leerlingen leren schattend tellen en rekenen.

29 De leerlingen leren handig optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen.

30 De leerlingen leren schriftelijk optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen volgens meer of minder verkorte standaardprocedures.

31 De leerlingen leren de rekenmachine met inzicht te gebruiken.

32 De leerlingen leren eenvoudige meetkundige problemen op te lossen.

33 De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte, inhoud, gewicht, snelheid en temperatuur.

 

Elke groep heeft de kerndoelen op een poster.

Zie ook voor doelen F1 en S1     http://tule.slo.nl

 

LEREN REKENEN

We kunnen 4 hoofdlijnen onderscheiden bij het leren rekenen:

  1. Begripsvorming.
  2. Ontwikkelen van oplossingsprocedures.
  3. Vlot leren rekenen.
  4. Flexibel toepassen van kennis en vaardigheden.

 

Als leren niet vanzelf gaat moet de omgeving sterk zijn.

Daarom beschrijft dit protocol hoe wij:

  1. Observeren, signaleren en analyseren.
  2. Registreren, interpreteren en afstemmen.

 

Onze uitgangspunten daarbij zijn:

  1. Functionele gecijferdheid.
  2. Rekenwiskundige concepten als fundament.
    Ontwikkelen en begrijpen van
    * Relaties metriek stelsel
    * Systeem rekenen en geld
    * Klokkijken, kalender, geld.
    * Breuken en procenten.
  3. Ieder kind is anders.
    En ieder kind ontwikkelt zich dus anders.
    De een heeft van nature een bepaalde gevoeligheid voor rekenen en wiskunde, de ander heeft meer tijd nodig voor concepten en procedures voor eigen rekenwiskundig handelen en functioneren; kennis en vaardigheden.
  4. Afstemmen.
    Onderwijsaanbod op onderwijsbehoeften maakt het verschil (Gelderblom, 2008).
  5. Onderscheid tussen ernstige rekenwiskunde problemen en dyscalculie.
  6. Vroegtijdige signalering en onderkenning.
  7. Diagnosticerend onderwijzen en handelingsgerichte diagnostiek.
    Steeds observeren, analyseren, afstemmen.
  8. Resultaatgerichte begeleiding.

 

HET HANDELINGSMODEL als observatie

 

Het handelingsmodel is observeren en analyseren hoe de leerling omgaat met rekenwiskunde problemen.

 

Kan de leerling elke nieuwe handeling uitvoeren en hier een vaardigheid van maken.

 

Wij erkennen dat hier meestal de problemen (zijn) ontstaan, als ze optreden.

 

En werken met doen/begrijpen/verwoorden/voorstellen/verwerken.

 

Leerlingen gaan bij rekenwiskunde vaardigheden door de volgende niveau’s:

  1. Concreet handelen/ manipuleren/doen. Informeel beleven.
  2. Erover praten, tekenen, voorstellen.

Deze 2 niveau’s zijn belangrijk om te verwoorden, het voor te stellen hoe het werkt.

  1. Leren redeneren, denkmodel te maken, schematiseren.
  2. Abstract in een som weergeven, formeel berekenen.

 

Bij elke nieuwe handeling in elke groep zijn deze niveau’s van toepassing.

 

DOÉN, VOORSTELLEN, SCHEMATISEREN, KALE SOMMEN (FORMALISEREN)

 

Nodig:

Goede concepten, goede denkmodellen, goede rekentaal.
Door doen, ervaren en verwoorden leren kinderen LOGISCH REDENEREN.

 

In elke groep werken wij op deze manier.
We besteden veel aandacht aan
concreet oefenen, eigen maken, van informeel naar formeel handelen.

 

Wij zijn ons bewust van het belang, de noodzaak en de uitvoering.

 

HET DRIESLAGMODEL als didactisch middel

 

Het drieslagmodel is een didactisch middel voor planning van lessen en voor observatie en interventie. 
Het drieslagmodel hangt in de klas als werkposter.

  1. Het gaat om het verhaal: de context.
  2. Wat wordt er berekend en hoe doe ik dat?
  3. De som.
  4. Uitwerken.
  5. Heb ik het goed gedaan? Klopt de uitkomst?

           Plan-do-review.

 

 

Voor de leerling gaat het om:

  1. Wat is het probleem?
  2. Wat moet ik doen?
  3. Wat heb ik gedaan?

 

Voor de leraar gaat het om:

  1. Hoe ga je het probleem aanpakken?
  2. Hoe doe je het?
  3. Hoe heb je het gedaan?

 

Het kind zelf is verantwoordelijk

.

Verwoorden, reflecteren, denkprocessen.

 

Rekentaal is belangrijk. Steeds dezelfde begrippen, dezelfde handeling.

 

Sommige kindkenmerken zijn zeer belemmerend voor de rekenvaardigheid, zoals dyslexie, geheugen, werkgeheugen, numeriek gevoel, zelfvertrouwen, visueel- of auditief ingesteld.

 

Rekengesprekken met kinderen zijn goede uitgangspunten.

Goed doorpraten, leerling mee laten denken bij interventies (HP), verantwoordelijkheid geven en betrekken bij dagelijkse evaluaties.
WAT GAAT GOED, WAT KAN BETER.